Psychotherapie

 

 

Psychotherapie is een behandelmethode die wordt toegepast bij psychische klachten en stoornissen, zowel bij kinderen en jeugdigen als bij volwassenen en ouderen. De therapie bestaat als regel uit gesprekken met een deskundige hulpverlener - een BIG-geregistreerde psychotherapeut / psycholoog.

De behandeling kan individueel zijn, maar ook in groter verband (relatie, gezin, groep) plaatsvinden.

De psychotherapeut lost geen problemen voor u op, maar helpt u nare dingen anders te zien, pijnlijke gevoelens te verwerken of moeilijke situaties anders aan te pakken.

Het doel van de therapie is uw psychische klachten en problemen op te heffen, of zoveel te verminderen dat u er minder last van hebt.

De problemen waarvoor mensen in psychotherapie gaan zijn heel verschillend. Voorbeelden van psychische problemen zijn: angst, depressie, problemen met rouwverwerking, eenzaamheid, relatieproblemen, verslavingsproblemen, fobieën en dwanghandelingen. Vaak liggen negatieve ervaringen aan de problemen ten grondslag.

 

Wat is gedragstherapie, cognitieve therapie en cognitieve gedragstherapie?

Beide psychotherapeutische methoden zijn sterk gericht op de actualiteit. In gedragstherapie en cognitieve therapie gaat het met name over moeilijkheden die in het heden spelen en veel minder over problemen die in het verleden hebben bestaan.

Beiden stoelen op een open en gelijkwaardige samenwerkingsrelatie tussen therapeut en cliënt. Behandelingen zijn klacht- of probleemgericht en kortdurend van opzet.

 

Cognitieve therapie

In cognitieve therapie is altijd veel belang gehecht aan de invloed van het denken op het gevoelsleven en het doen. Wie belangrijke zaken en gebeurtenissen in zijn leven gewoonlijk vanuit een negatief standpunt beziet, wordt makkelijker angstig, somber of geïrriteerd, met alle negatieve gedragingen vandien.

Therapeut en cliënt onderzoeken of die negatieve wijze van denken wel helemaal klopt. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met elkaar. Wanneer inderdaad blijkt dat de cliënt geneigd is om te negatief over allerlei zaken te oordelen, wordt samen uitgezocht welke adequatere manier van denken passend is. Bij het uitwerken van meer realistische standpunten en gedachten wordt gebruik gemaakt van specifieke cognitieve oefeningen en huiswerkafspraken.

 

Gedragstherapie

In gedragstherapie staat het gedrag van de cliënt centraal. Hoe men handelt bepaalt immers in belangrijke mate hoe men zich voelt. Wie geneigd is om uit angst bepaalde zaken uit de weg te gaan, zal zijn angst vaak eerder versterken dan verminderen. Wie niet goed weet hoe hij zijn mening het beste naar voren kan brengen, zal eerder onzeker of juist geïrriteerd worden. Wie niet heeft geleerd hoe hij zich moet beheersen, zal gemakkelijk het slachtoffer worden van zijn eigen impulsiviteit.

Men brengt eerst de problematische gedragingen en de omstandigheden waarin die voorkomen in kaart. Vervolgens helpt men de cliënt om met beter passende gedragspatronen te reageren op die omstandigheden. Hiervoor worden diverse oefeningen en huiswerk gedaan. Zowel het inventariseren van problematisch gedrag als het bedenken en oefenen van nieuw, beter passend gedrag is een gezamenlijke onderneming van cliënt en therapeut.

 

Cognitieve gedragstherapie

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat cognitieve therapie en gedragstherapie dikwijls vergelijkbare gunstige effecten hebben op de problemen van cliënten. Ook is steeds duidelijker aangetoond dat de werkwijze van beide methodes - huiswerk, oefeningen en samenwerking tussen therapeut en cliënt - goed op elkaar aansluit. In de psychologie ziet men steeds beter in dat 'anders leren denken' en 'anders leren doen' uitstekend met elkaar kunnen worden gecombineerd in één en dezelfde behandeling.

Door al deze inzichten zijn cognitieve therapie en gedragstherapie steeds hechter verweven tot cognitieve gedragstherapie. Cognitieve gedragstherapie kan dus zowel de manier van denken en interpreteren van de cliënt beïnvloeden, als diens manier van doen en laten. Soms ligt de nadruk meer op denken, soms meer op doen en laten. In andere gevallen werkt men gelijktijdig met beide aspecten.

 

Eén soort gedragstherapie of verschillende vormen?

Cognitieve gedragstherapie bestaat in verschillende vormen en soorten. De meeste cliënten komen in individuele cognitieve gedragstherapie, maar er bestaat ook cognitieve gedragstherapie voor groepen evenals voor echtparen of gezinnen.

Soms hebben dergelijke benaderingen een aparte naam. Zo bestaat er constructionele gedragstherapie, dialectische gedragstherapie, schema-gerichte cognitieve therapie en rationeel-emotieve therapie (RET). Enkele van die cognitief-gedragstherapeutische stromingen zijn ontwikkeld voor cliënten met specifieke problemen. Dikwijls weerspiegelen de verschillende vormen de specifieke voorkeuren voor een bepaalde werkwijze van de betreffende therapeuten.

 

Wanneer kiest men voor cognitieve gedragstherapie?

Voor een aantal emotionele problemen is cognitieve gedragstherapie al vaak de meest effectieve soort psychotherapie gebleken. Dat geldt met name voor allerlei angstklachten. Voor de meeste angstklachten is cognitieve gedragstherapie ongeveer even effectief als de behandeling met bepaalde soorten medicatie. 

 

Actief werken met het heden

Een cognitief gedragstherapeut is met name geïnteresseerd in de wijze waarop de cliënt zich in moeilijke situaties gedraagt. Daar vraagt hij meestal uitvoerig naar. Hij wil ook graag weten hoe de cliënt over dergelijke moeilijke situaties denkt. De cognitief gedragstherapeut zal betrekkelijk kort stilstaan bij de jeugdervaringen van de cliënt. Cognitieve gedragstherapie richt zich veel vaker op het heden en minder op het verleden van de cliënt. Een cognitief gedragstherapeut praat niet alleen over andere onderwerpen met zijn cliënt dan veel andere therapeuten, de gesprekken hebben dikwijls ook een wat andere kleur of toonzetting. In veel andere therapieën wordt de cliënt gestimuleerd om bij zichzelf te onderzoeken wat hij voelt of wat hij wil. In dat proces van zelfonderzoek zijn andere therapeuten betrekkelijk zwijgzaam en terughoudend.

Cognitief gedragstherapeuten zijn doorgaans actiever. Zij gaan eerder met de cliënt op zoek naar knelpunten en manieren om met zaken om te gaan. Dat uitgangspunt zorgt ervoor dat cognitief gedragstherapeuten eerder dan veel andere psychotherapeuten adviezen en richtlijnen geven; dat zij huiswerkafspraken maken met de cliënt; en dat zij bepaalde oefeningen met de cliënt doen in de therapie.

 

Welke effecten heeft cognitieve gedragstherapie?

De mate van succes daarbij, hangt enigszins af van de problematiek waarvoor men wordt behandeld. Het werkt beste bij verschillende angstklachten, bij depressies die nog niet al te lang bestaan en bij een aantal seksuele problemen. Positieve behandelingsresultaten worden over het algemeen wat minder snel verkregen bij sommige eetstoornissen en bij verregaande persoonlijkheidsproblematiek.

Dat een behandelmethode effectief is voor bepaalde groepen cliënten, wil nog niet zeggen dat ieder individu uit zo'n groep ook in gelijke mate van die effectiviteit zal profiteren. Het is ook belangrijk dat een cliënt vertrouwen heeft in zijn of haar behandelaar en in de methode die deze toepast. Naast de bewezen effectiviteit is daarom ook de persoonlijke voorkeur van de cliënt een argument om al dan niet voor een bepaalde soort psychotherapie te kiezen.

 

Psychoanalyse en psychoanalytische psychotherapie

Hierin wordt er vanuit gegaan dat mensen vooral gevormd worden door belangrijke ervaringen uit hun jeugd. Het doel van de behandeling is het bewust worden van verborgen gevoelens en gedachten, waardoor een cliënt inzicht krijgt in de oorzaak van onze problemen

 

Cliëntgerichte psychotherapie

Hierin wordt uitgegaan van de persoonlijke ervaring en ontwikkeling van een cliënt. Door meer in contact te komen met de eigen unieke gevoelens kan een cliënt beter leren omgaan met mogelijke situaties in zijn leven, waardoor er meer ruimte ontstaat voor persoonlijke ontwikkeling.

 

 

Maak een Gratis Website met JouwWeb